
Bouwondernemers en het Andreas College in Katwijk hebben samen een aanpak ontwikkeld om het vmbo-onderwijs beter te laten aansluiten op de bouwbranche. Met het programma Bouwstenen voor de basis gaan zij ervoor zorgen dat meer leerlingen uit het vmbo met de juiste basiskennis en -kunde de bouw in kunnen en daar versneld hun vakopleiding kunnen doen. Er zal daarvoor samen met het bedrijfsleven een plusprogramma worden ontwikkeld. Op maandag 2 maart werd deze aanpak officieel aan wethouder Van Duijn van de gemeente Katwijk gepresenteerd. Inzet is dat de aanpak van de Katwijkse bouwondernemers en het Andreascollege verder in de regio wordt uitgerold.
In november 2007 nam de gemeenteraad van Katwijk een motie aan om na te gaan of en hoe in Katwijk meer aandacht voor het vakonderwijs kan worden georganiseerd. Het vmbo is namelijk niet langer beroepskwalificerend en moet dus goed aansluiten op het vervolgonderwijs, dat direct aansluit op de arbeidsmarkt. Daarop organiseerde BouwForce Leiden (BFL) – een samenwerkingsproject van ROC Leiden en Bouw Opleiding Rijnland van de gezamenlijke bouwondernemers – een symposium met onderwijs, politiek/overheid, project BFL en bedrijfsleven. Centrale vraag daarbij was: Hoe bereiden we jongeren in het vmbo het beste voor op hun maatschappelijke en professionele taken in de beroepspraktijk?
Acties
Het symposium leverde veel actiepunten op. Een daarvan was de start van een regionale werkgroep bouwonderwijs, met mensen uit het bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Deze werkgroep is in 2008 met de actiepunten aan de slag gegaan. Daarbij hebben de ondernemers en betrokkenen uit het Katwijkse beroepsonderwijs een goed begrip gekregen voor elkaars inzichten en opvattingen.
De werkgroep heeft in kaart gebracht wat de kloof is tussen wat ondernemers vragen (smal, specifiek) en wat er in het onderwijs wordt aangeboden (breed, uitgebreid). Verder zag de werkgroep dat de hoeveelheid leerstof in het vmbo groot is en erg afhangt van de keuzes van docenten. Ook het leerproces van de leerlingen en het inrichtingsproces in de school en bedrijf werden door de werkgroep onder de loep genomen. Daarbij stonden vragen centraal als: ‘Wat blijft (waarom) hangen bij leerlingen?’ en ‘Hoe kan het onderwijs het beste worden aangeboden, en hoe passen stages daar het beste in?’
Verdieping
Voor de Katwijkse situatie zijn er nu voorstellen uitgewerkt om vaker met elkaar te overleggen, om leerlingen en docenten stagemogelijkheden bij het bouwbedrijf aan te bieden en om een aantal extra vaardigheidstrainingen (naast de verplichte leerstof) in de vorm van workshops aan te bieden. Deze verdieping van de leerstof wordt door docenten en vaklieden, onder andere vanuit het bedrijfsleven, op de school aangeboden.
Vmbo-leerlingen kunnen in het derde en vierde jaar van hun opleiding daardoor (extra) opdrachten doen waaruit hun vaardigheden zullen blijken. In hun persoonlijk portfolio doen zij daar verslag van. Als bijvoorbeeld bij de intake voor de vervolgopleiding blijkt dat een vmbo-leerling deze extra vaardigheden beheerst, kan dat tot een verkorting van de studie in het vervolgonderwijs leiden.
Om de leerling in staat te stellen om te laten zien wat hij kan, hebben de drie partijen (onderwijs, lokale overheid en bedrijfsleven) een BouwStartBewijs ontwikkeld. Het BouwStartBewijs is een extra certificaat dat leerlingen in het vmbo kunnen verdienen. Dit BouwStartBewijs geldt ook als bewijs van de bouwspecifieke vakkennis en vaardigheden van een leerling, die een andere opleiding in het mbo gaat volgen.

